Ontdek Curaçao
Vanaf het terrein rijd je in een kwartier naar Willemstad, in een kwartier naar de rustige baaien aan de westkant en in 24 minuten naar het vliegveld. Hieronder staat wat wat ons betreft de moeite waard is.

Willemstad
Willemstad staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Punda en Otrobanda liggen tegenover elkaar aan de Sint Annabaai, verbonden door de Koningin Emmabrug — een pontonbrug die opzij zwaait zodra er een schip langs moet. Loop er aan het eind van de middag, als het licht op de gevels valt.

De stranden
De westkant heeft de rustigste baaien: Playa Kenepa, Playa Lagun, Cas Abao, Playa Porto Mari. Kleine stukken zand tussen de rotsen, meestal met een tent voor iets te drinken. Neem een snorkel mee — het rif begint vaak al een paar meter uit de kant.

Het binnenland
In het noordwesten ligt Christoffelpark, met wandelroutes en de Christoffelberg. Aan de ruwe noordkust ligt Shete Boka, waar de golven het kalksteen in slaan. Beide zijn het prettigst vroeg in de ochtend, voordat het te warm wordt.

's Avonds
Pietermaai is het stuk Willemstad waar je 's avonds heen gaat. Achttiende- en negentiende-eeuwse panden in oker, roze en blauw, waarvan de meeste inmiddels een restaurant of een bar zijn. Je loopt van de een naar de ander; alles ligt op tien minuten van elkaar.
Wie liever aan het water zit, gaat naar Mambo Beach. En op zondagmiddag speelt er ergens op het eiland altijd wel live muziek — vraag het de beheerder, die weet waar.

Mambo Beach
Mambo Beach Boulevard is de strandstrip aan de zuidkant, een kwartier rijden van het terrein. Twee verdiepingen met restaurants, bars en winkels, en daarachter het strand met ligbedden. Je kunt er eten, zwemmen, borrelen en winkelen zonder de auto te verzetten.
Ga aan het eind van de middag. De zon zakt recht voor je in zee, en daarna zit je er nog uren.
Naast de boulevard ligt het Sea Aquarium, met dolfijnen en een zeeleeuwenbassin. Met kinderen is dat een halve dag.

Wat je een dag kost
Klein Curaçao: onbewoond eiland, twee uur varen naar het zuidoosten. Wit strand, een vuurtoren en een scheepswrak op de kust. Boten vertrekken vroeg en zijn 's middags terug.
Grote Knip en Kleine Knip: de twee bekendste baaien van de westkant. Turkoois water tussen de rotsen, met een klif waar vanaf gesprongen wordt.
Playa Grandi: vissershaven bij Westpunt waar zeeschildpadden onder de boten door zwemmen. Snorkel mee, je hoeft niet ver.
Blue Room: een grot die je onder water in zwemt, waar het licht van onderaf blauw wordt. Alleen bij rustige zee, en met een gids.
Landhuis Chobolobo: vier kilometer hiervandaan wordt de Blue Curaçao gestookt. Rondleiding en proeverij in een geel landhuis uit de negentiende eeuw.
De Hato-grotten: kalksteengrotten met druipstenen en rotstekeningen van de Arowakken, vlak bij het vliegveld.
Voor alles hierboven heb je een huurauto nodig, behalve voor Klein Curaçao — daar hoort de boot bij.
Vragen over het eiland?
De beheerder woont hier en weet waar het rustig is, waar je goed eet en welke weg je beter niet neemt. Stel je vraag gerust voordat je komt.